Johannes Fontanus College>Ouders> Leerlingbegeleiding

Leerlingbegeleiding

De leerling centraal

Een leerling presteert het best als hij lekker in zijn vel zit. Daarom proberen we te zorgen voor een goed leef- en werkklimaat. Binnen deze situatie begelei­den docenten op twee terreinen: het kennisgebied en het sociaal-emotionele gebied.
Binnen zijn vak probeert een docent de leerling te begeleiden tot een zelfstan­dig lerende leerling.
De sociaal-emotionele ontwikkeling is van veel factoren afhankelijk: de thuissi­tuatie, de sfeer op school en vooral in de klas, de juiste afdeling en het gevoel dat je er mag zijn. Op het JFC tel je mee! 
De mentor is een belangrijk persoon voor de leerling. Hij is zijn eerste aanspreekpunt omdat de mentor contacten heeft met zowel de leerling als de ouders en met zijn collega’s in school. De mentor weet daardoor of er meer en misschien professionelere begeleiding nodig is. Mocht dat zo zijn, dan neemt hij uiteraard contact op met de ouders en met de teamleider om in gezamenlijk overleg een passende vorm van begeleiding te zoeken.

Mentoruur

Elke klas of groep heeft een ingeroosterd mentoruur. Tijdens dit uur kan de mentor met de leerlingen als groep of individueel spreken over hun resultaten, het welbevinden en andere zaken. Natuurlijk kan het initiatief ook van de leerling of de groep uitgaan.

Vakondersteuning

Veel leerlingen moeten nog leren studeren en hebben ondersteuning nodig om hun huiswerk goed te maken. Daarom krijgen de leerlingen van de brugklas elke week studieles van de mentor. Ze leren in dit uur algemene studievaardigheden, zoals schematiseren, uittreksels maken en woordjes leren. Na de eerste vier maanden bekijken de mentor en de teamleider wie op dit gebied begeleiding nodig heeft. 
Ook in de begeleidingsgroepen staan de huiswerksituatie en de toepassing van leerstrategieën centraal. Na elk rapport bekijken we opnieuw welke begeleiding de leerling nodig heeft. Ook in het tweede leerjaar van het Mavo volgt de leerling studielessen.

Als een leerling met een bepaald vak problemen heeft, is de eigen vakdocent de eerst aangewezene om extra begeleiding te bieden. Pas als blijkt dat er andere problemen een rol spelen of een andere begeleiding noodzakelijk is, verwijzen we in overleg met de ouders de leerling door naar meer specialistische hulpverlening.

Huiswerk op school

Huiswerk kan thuis een bron van irritatie zijn: de leerling begint er niet of te laat aan, heeft er problemen mee, kan er geen structuur aan geven of ziet door de bomen het bos niet meer en raakt door dit alles gedemotiveerd. Dan kan huiswerk maken op school een goed hulpmiddel zijn. 
Studiecentrum ABC bv verzorgt de huiswerkbegeleiding; gedurende vier middagen bestaat de mogelijkheid na schooltijd op school onder begeleiding huiswerk te doen. De duur van de begeleiding is afhankelijk van de noodzaak. De betaling is weer afhankelijk van de gekozen frequentie.

Bedenk wel: het is geen bijles!

Extra hulp

Wij bieden extra aandacht voor spellingsproblemen, begrijpend lezen of rekenvaardigheden. Er zijn trainingen om beter te leren omgaan met faalangst of examenvrees. Ook is er een training sociale vaardigheden en Remediërend Bewegingsonderwijs. Als blijkt dat de leerling vaardigheden mist om verder te kunnen komen, dan kunnen we individueel of in kleine groepen ondersteuning bieden.

Faciliteitenpas

Bepaalde leerlingen krijgen een faciliteitenpas. Deze pas is voor leerlingen met een beperking, zoals een gezondheidsprobleem of een gedrags- en/of leerstoornis. Het gaat dan om een beperking en/of belemmering die voor de leerling zo hinderlijk is, dat facilitering gerechtvaardigd is. De aanvraag voor deze pas moet vergezeld gaan van een verklaring van een extern deskundige en gaat via de afdelingsleider.

Leerlingvolgsysteem

Binnen de grote scholengemeenschap die wij vormen, is het belangrijk om de individuele leerling niet uit het oog te verliezen. Dit ‘volgen’ van de leerling begint al bij de aanmelding. De leerkracht van de basisschool geeft mondeling of schriftelijk (via het onderwijskundig rapport) relevante gegevens door over de leer­ling, gegevens over prestaties, werkhouding, werktempo en gedrag. In de brugklas gaan we op basis van deze gegevens verder. De mento­ren krijgen aan het begin van het schooljaar een overzicht met de belangrijkste feiten van de leerlingen uit hun klas. In de loop van het schooljaar volgt de mentor de leerling door middel van gesprekken met ouders, leerkrachten en natuurlijk met de leerling zelf.

De veilige school

Een school moet een plaats zijn waar een kind zich veilig en vertrouwd voelt. Wij vinden het van groot belang hier aandacht aan te besteden. Een veilige school maak je samen: medewerkers, leerlingen en ouders, bestuur. Daarom is het contact met de ouders ook zo belangrijk, zij hebben immers die informatie over hun kind, die voor de school belangrijk is.
Omdat we voor iedereen een veilige school willen zijn, bespreken we met de leerlingen de oorzaken en gevolgen van pestgedrag. We werken met een pestprotocol.
Wij willen de leerlingen ten aanzien van genotmiddelen (drinken, roken en drugsgebruik) wijzen op de risico's en we proberen hen te helpen om ‘nee’ te zeggen tegen deze middelen. In dit kader is er een project in samenwerking met de GGD, dat als een vast onderdeel in de vakken is geïntegreerd.
Een veilige school heeft ook alles te maken met de vraag: ‘hoe ga je om met het eigendom van een ander?’ Ook op dit gebied proberen wij de omgeving voor leer­lingen zo veilig mogelijk te maken.

Loopbaanoriëntatie en begeleiding

De school staat voor de uitdaging leerlingen te begeleiden en voor te bereiden op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt. Daarom geven we informatie over de relatie tussen de vakken op school en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Ook stimuleren we de leerlingen om open dagen (van zowel scholen als bedrijven) te bezoeken, zich aan te melden voor meeloopdagen en aanwezig te zijn op de scholenmarkt.